MANUS DRIJFNAD

Manus Drijfnad (1999) is dichter in hart en nieren, maar zeker niet gelimiteerd tot de wereld van de poëzie. Hij schrijft naast gedichten ook proza en heeft een voorliefde voor fictie en kinderverhalen in het bijzonder.

Het grootste deel van zijn jeugd heeft Manus doorgebracht in Zeeuws-Vlaanderen, waar het landschap hem inspireerde om te gaan schrijven in kleine notitieboekjes.

“Mijn eerste gedichten rijmden allemaal, toen was ik nog schattig! Ik had oude schriften en dummy’s van mijn moeder waar ik steeds opnieuw begon met een dichtbundel, nu weet ik wel beter. Toch is daar wel wat van blijven hangen. Ik schrijf alleen als ik iets voel en dan komt het er in één keer uit. Geen wekenlang gepuzzel over ieder woord, dat komt pas bij de herschrijving.”

Manus probeert zich zo weinig mogelijk te bemoeien met andermans opvattingen, maar wanneer het aankomt op poëzie en literatuur kan hij het vaak toch niet laten.

“Het is niet aan de dichters om de regels van poëzie te bepalen. Zie het als een scheiding tussen kerk en staat. De schrijvers schrijven en de lezers lezen. Laat de mensen genieten en zelf bepalen waar er behoefte aan is. Waarom werk bestempelen als ‘toegankelijk’ of ‘simpel’ wanneer het net zo goed kan voelen als een onbegrijpelijk complex werk voor een ander? De natuur doet z’n werk wel, zo zeg ik altijd.”

Nu Manus in Utrecht woont merkt hij pas hoe veel hij de lege polders en zeurende Zeeuwen eigenlijk kan waarderen. In de stad lijkt er volgens hem een obsessie te zijn met verandering. Men ziet niet meer hoe geweldig alles eigenlijk is en moet het daarom anders hebben. Dat hoeft voor hem niet zo.

Momenteel werkt Manus aan zijn nieuwe dichtbundel en treedt hij op op verschillende podia. Ook houdt hij zich bezig met ‘gedichten schrijven op maat’ en praten met jongeren over de toekomst van het literaire landschap in Nederland.

GEDICHTEN

Psychopompos

Je krabbelt in aantekeningen dat je weggaat.
Je hebt een uur bij me, ik zal aandachtig luisteren.
Als ik een idee krijg, zal ik het je geven.
Ik zal het niet koesteren in mijn overtuiging
dat je vreselijke, verschrikkelijke zonden hebt.
Wat ik wil onthouden is gezond, kalm,
een opgezette koolmees voor een vriendin.

Ik vergezel je naar het volgende warme bad.
De douchekop piept er niet en de zeep maakt veel meer schuim aan.
Als je in het huis woont, blijf er dan in zingen.
Wens dat je daar nog elk probleem mag uitproberen,
er de dagen mag vormen die je er graag zou leven.
Wie geen vangnet durft te hangen, valt, sterft.
Het kind met de plastic medaille is moe.

Het is een kwestie van pakken wat je pakken kan.
Winnen maakt de winnaar nog geen winnaar in mijn ogen,
alleen als men nog heel graag met hem wil spelen.
Sta jezelf toe om de gouden bal van de bodem
te halen en hem te delen met hen die je lief hebt.
Ik koop er een hoed van en goede drank.
Twee mannen trotseren het onbekende.